Streefbeelden en ontwikkelingsvisie visstand en visstandbeheer
Het streefbeeld voor de visstand en visstandbeheer is dat per watersysteem de populatieopbouw van de kenmerkende vissoorten evenwichtig is en gevarieerd, waarbij gestreefd wordt nar een zo natuurlijk mogelijke en duurzame visstand.
In de afzonderlijke viswatersystemen komt een visstand voor die kenmerkend is voor het viswatertype. Van belang voor een duurzame en evenwichtig visstand is dat de viswatersystemen niet of nauwelijks worden beïnvloed door visbestanden van buitenaf. Trekvissoorten, zoals bijvoorbeeld paling, dienen de viswatersystemen te kunnen bereiken, indien ze van deze gebieden afhankelijk zijn voor het paaien en/ of opgroeien.
Het streefbeeld voor de visstandbeheer is in eerste instantie gericht op het creëren en het behouden van goede sportvisserijmogelijkheden. Daarnaast wordt bij het te voeren visstandbeheer voorzover mogelijk ook aandacht besteed aan de voorkomende zeldzame en door de Natuurbeschermingswet beschermde vissoorten.
De visstand voldoet in grote mate aan de behoeften van de hengelaars in de regio van het Land van Heusden en Altena. Door de grote verscheidenheid van (vis)watertypen kan de sportvisserij op vele manieren worden uitgeoefend. In de minder begroeide viswatersystemen (hoofdwatergangen) komen vissoorten (blankvoorn en brasem en snoekbaars) voor die kenmerkend zijn voor het open water. Deze vissoorten zijn dominant en de sportvisserij zal zich vooral hierop richten. In de rijk begroeide viswatersystemen (kreken) komen vooral vissoorten (ruisvoorn, zeelt en snoek) voor die afhankelijk zijn van vegetatie. Ook hierbij zijn sportvissers die zich speciaal op deze vissoorten richten.